Vandaag is het #Wereldstotterdag. Mooi hoor. Het stotteren begon bij mij op mijn elfde en was absoluut traumagerelateerd. Het was er plotsklaps. Ik kreeg van de één op de andere dag geen halve zin meer uit mijn mond zonder onder te doen voor Rambo's mitrailleur. Door de jaren heen is het gestotter lang bij me gebleven. Het werd een deel van me en was vaak mijn party pooper (en andermans vermaak of verdriet) in menig gesprek. Om nog maar te zwijgen van h-h-h-sp-p-p-preekb-b-beuheurten. En schelden. Dat gaat ook niet makkelijk als je stottert. S-s-s-shit! V-v-v-d-d-d-dorie!

 

Goedbedoelde adviezen en huis-, tuin- en keukenanalyses waren niet van de lucht ('denk gewoon eerst even na voordat je iets zegt', 'je denkt sneller dan je praat', 'haal eerst even adem'). Maar nadenken kon ik ook al voordat ik begon met stotteren, en ademhalen ook. Daar had het in mijn geval niets mee te maken. Maar ik kwam er ook niet af. Wel werd het minder. Op momenten van stress was het altijd het ergst. Als ik zong en/of me veilig voelde gebeurde het maar weinig.

 

Jaren later werd het ineens veel minder; ik zat immers niet meer in de traumatische situatie uit mijn jeugd. Ik begon te genieten van het spreken. Voelde eindelijk weer de vrijheid om mijn gedachten te uiten zoals ze in mijn hoofd zaten. Zonder eerst gefrustreerd vijf niet de lading dekkende maar wel gemakkelijker uit te spreken synoniemen de revue te laten passeren. 

 

Er is veel gebeurd sinds die tijd. Inmiddels is spreken de kern van mijn bedrijf. Ik spreek tientallen keren per jaar voor zalen met veel en weinig mensen, voel me altijd verbonden met iedereen in de zaal. Ik ben deel van hen, zij zijn deel van mij. Ik spreek podcasts in, screencasts, instructievideo's, geef hele dagen in real life workshops aan cursistengroepen en bij klanten, groot en klein. Spreken is voor mij a true joy en staat voor de kracht van verbinding. Het werkt voor mij als zingen: als je doet wat je hart vult, is haperen niet nodig. Er is overigens niets mis met stotteren. Ik merkte zelfs dat als ik af en toe haperde voor een zaal, dat men alleen maar intenser luisterde. Win-win. ;-) Gelukkig had ik tijdens mijn ontwerpopleiding aan de kunstacademie al het nut van 'functioneel wit' ontdekt, en in sprekersland bleek dit 'betekenisvolle stilte' te heten. Had ik even mazzel. Kortom: ik deed in vrijheid wat ik wilde, al was dit af en toe nog gelardeerd door hier en daar een hapering. Ik wist dat ik overigens ook in goed gezelschap verkeerde: Miss Montreal, Bart Peeters, King George VI, Rowan Atkinson, Erben Wennemars. En Marilyn Monroe. Marilyn was ook een weeskind. Opens your heart. Luister vooral naar onderstaand fragment. Ook bij Marilyn was het er 'ineens'. In het weeshuis.

 

Een tijdje geleden, aan m'n geliefde Côte d'Azur, viel de grauwe stottersluier ineens van me af en voelde het alsof mijn middenrif zich opende tot het einde van de blauwe horizon. Het was een van de grootste bevrijdingen die ik in mijn leven heb gevoeld. En nog.

Héél af en toe stotter ik nog. Ik zie het zelf als een signaal dat aangeeft dat ik even voor mezelf moet checken of ik me wel in balans voel. Of ik me niet onzeker voel door iets of iemand in mijn directe omgeving. Een dierbare vriend zegt op de inmiddels zeldzame stottermomenten steevast: "Ach. Dat is één van je charmes." En d-d-dat is lief.

Onder andere dit onderwerp beschrijf in het licht van verlies en rouw in mijn @WeesWijzer-bundel die in januari 2013 verschijnt.