Op 4 mei herdenk ik, net als alle
andere Nederlanders, de oorlogsslachtoffers van de Tweede
Wereldoorlog en van andere oorlogen waar Nederlanders bij betrokken
waren. En van verzetsstrijders. Ik probeer me voor te stellen hoe het voor mijn vader, zijn
zussen, broer en ouders geweest moet zijn. Mijn vader was vijftien
jaar toen de oorlog uitbrak.

Nauwelijks bekomen van de Eerste
Wereldoorlog hadden zijn ouders, beide veertigers inmiddels, hun
leven weer een constructieve wending gegeven en vestigden zich in
Apeldoorn. Haaks op de Loolaan, die afgelopen week zo wrang in het
nieuws kwam. Het was een gezin met vier volstrekt verschillende
kinderen. Allen extravert, wat zich op uiteenlopende manieren uitte.
Voordrachten, ceremoniemeesterschappen, vioolconcerten, grafisch
ontwerp,  drukkunst.

Mijn opa was ondernemer. Hij was
vertegenwoordiger in drukpersen. In een tijd waarin het hip was om
geen punten aan het eind van een zin te plaatsen ('want dat is
chique'). In een tijd waarin opa de eerste plus fours  meenam voor zijn zoons, van een van zijn buitenlandse zakenreizen.
In een tijd waarin reliëfdruk zijn hoogtijdagen had – en waar
opa uiteraard de juiste drukpersen voor had. In een tijd waarin de
broer van mijn vader werd opgeroepen voor de 'dienstplicht' (opa had
wel door wat dat betekende, dus zoon dook onder). In een tijd
waarin,,, bedrijven ten onder gingen aan de opkomende oorlog. Ook het
bedrijf van mijn opa had te lijden onder de oorlog. Hij besloot
nieuwe ideeën uit te proberen. Met kerst kregen veel mensen geen
aardigheidjes meer van hun werkgevers – als ze die überhaupt
nog hadden. Mijn opa drukte maatwerk kerstwenskaarten. Deze verkocht
hij, hij drukte ze in opdracht van particulieren, ondernemers...en
wie er maar interesse had. Hij maakte er maatwerkkaartjes van, met de
wens en naam van de afzender gedrukt. Achterliggende gedachte was:
het gaat goed met degene die in oorlogstijd persoonlijke wenskaarten
kan laten drukken. En omdat public appearance en imagovorming
destijds net zo belangrijk was als dat het nu is (alleen heette het
toen nog niet zo), gingen de kerstwenskaarten van opa als warme
broodjes over de toonbank. Best knap in oorlogstijd! Ook speelde mee
dat men tijdens de feestdagen behoefte had aan meer positiviteit. Aan
mooie wensen. Dromen en plannen voor een betere tijd. 'Zodra de
oorlog voorbij is, dan...'.

Na de oorlog startte mijn opa drukkerij
Davo in Deventer. Hij leidde het bedrijf met mijn vader. Uiteindelijk
verkochten ze het bedrijf en mijn vader volgde het
vertegenwoordigersbloed dat door zijn aderen stroomde.

Ik ben dankbaar dat ik deze anekdote
heb mogen horen van mijn Apeldoornse tante. Ik zal het niet vergeten.

Op een dag als deze denk ik daarom
terug aan de slachtoffers van de oorlog. Ook zij die de oorlog
overleefden. Zoals mijn vader (1925). En zijn vader (1897). Ze zijn
er beide al lang niet meer. Maar jaren na hun dood koos ik voor een
studie tot grafisch ontwerper aan de Rotterdamse kunstacademie. Ik denk aan hen. Ik her-denk. Ik
ruik nog steeds aan drukwerk.