Iedere communicatieadviseur, redacteur en journalist heeft er mee te maken: teksten afstemmen op de doelgroep. Wanneer je een tijdje in dienst bent bij een werkgever, of uitsluitend voor een enkele branche werkt, ontstaat vaak een soort standaard toonzetting. Een manier van schrijven waarvan je zeker weet dat deze op een goede manier landt bij je doelgroep. Je gebruikt soms jargon (of juist niet), hebt de aanspreekvorm gestandaardiseerd...en voor je het weet is het opstellen van een tekst een kwestie van starten-en-lopen. Maar is dat eigenlijk wel zo wenselijk? Verras je jezelf eigenlijk nog wel?

Puzzleistock_000001940991xsmall
Sinds een paar jaar ervaar ik de luxe van het bedienen van diverse branches. Dat houdt je scherp en laat je continu inleven in je opdrachtgevers en de verschillende (!) doelgroepen. Een woningstichting heeft andere doelgroepen dan bijvoorbeeld de Rotterdamse haven. Of de doelgroep van een stijlvolle kledingwinkel of damastspecialist. Of HET mediabedrijf voor het onderwijs.


Ik vind dat een waar feest. Soms is het vrij gemakkelijk om de juiste toon te kiezen, soms is het wat meer zoeken. Voor WeesWijzer,
mijn MVO-project voor en over weeskinderen in Nederland, is het nog
iets complexer. Ik schrijf voor weeskinderen, maar ook voor stakeholders,
professionals, leken en andere geinteresseerden. Dat betekent dat
toonzetting en de mediasamenstelling soms een ingewikkelde puzzel
vormen.

Zo ben ik momenteel bezig met het vervaardigen van lesmateriaal over
weeskinderen in ons land, voor het primair onderwijs. Dat betekent dat
het moet appelleren aan docenten, leerlingen in het PO, hun ouders en
eventueel professionals. Het 'shiften' van informatie is een klus op
zich. Het schrijven van de teksten is fijn. Het lesmateriaal hopelijk
ook. Wel voor mij in ieder geval, en ik hoop ook voor de gebruikers
ervan. Binnenkort de ontknoping van deze redactionele en
onderwijskundige puzzel. Primaire doelstelling: goed materiaal
ontwikkelen voor de juiste mensen. En mezelf blijven verrassen!