Onlangs las ik De Volkskrant een column van Bert Wagendorp. Hij schreef dat
hij Ard Schenk in de supermarkt had gezien. Ard Schenk, zestigplus. Bert zag een
jonge god die zo de strijd met Sven Kramer aan zou kunnen gaan. Wagendorp zág
het hem als het ware doen. Bewondering. Een vacuüm van onaantastbaarheid. Een
onsterfelijke status. Een Held! Iemand die op je (supermarkt-)pad komt, ineens
je boodschappen doet vergeten en je inspiratie laat opbloeien. Je beweegt. En of dat nu Ard Schenk, Johan Cruijff, Nelson Mandela, je buurman of je huisarts is... Misschien zijn het je vrienden, die hun leven op eigen, oorspronkelijke, manier leiden. Die jou datgene evenzeer gunnen.

Wat maakt een held nu een échte Held? Is het het ontluikende exotische
verlangen naar nieuwe ervaringen dat diegene in je wakker maakt? Is het de
inspiratie? Is het de onbevangen bewondering (niet te verwarren met slaafs
gedweep, yak!) voor een gedenkwaardige prestatie? Ik denk dat deze elementen onlosmakelijk
met elkaar verbonden zijn. Als een held je laat dromen, je inspireert om fantastische
dingen te gaan doen, je aanzet tot het maken van nieuwe plannen, wat je
uiteindelijk nieuwe ervaringen oplevert, dan betekent dat dat je dat principe
ook kunt omdraaien. Als jíj iemand inspireert, iemand laat dromen, iemand
aanzet tot het maken van nieuwe plannen waardoor diegene nieuwe ervaringen
opdoet…do the math.

Inderdaad! Ik geloof dat in iedereen een held schuilt. Wanneer je een
held als een Held herkent, betekent dit dat jijzelf in enige mate diezelfde
eigenschappen of talenten bezit. En dat je die maar wát graag zou ontwikkelen. Anders
zou je de Held wellicht eerder een sukkel vinden. Of was diegene je niet eens
opgevallen. Het zit al in je, je hoeft het er alleen nog maar uit te halen! Misschien
ligt het voor de hand, misschien is het verborgen, ergens diep van binnen
achter het voile van een nuttig
werkend en sociaal bestaan. Hoe dan ook: voel je niet geremd en word zelf een held. Wat let je?

Ik toast voor 2007 op de Helden.