Schaatsen - een onvoorwaardelijk partnerschap

Het is het Seizoen weer. Wereldbekerwedstrijden, Wereldkampioenschappen,
Skate-off’s, kwalificatiewedstrijden, marathons, Mart, Ria, Bart, Dione. Het is
weer zaak de rondetijden mee te schrijven, ritten te analyseren, techniek te
observeren en eindtijden te voorspellen. Het is niet voor niets dat tot diep in
de jaren zeventig de ritschema’s werden voorgedrukt in kranten: schaatsfans
wilden tijden meeschrijven. Zichzelf verliezen in de koude, magische sport op
de scherpe messen. Het liefst met gladde sokken aan op een gladde vloer. Voor
de televisie. Maar dan wel met warme chocolademelk.

Natuurlijk is dat een deel van de charme van de schaatssport. Ook ik zit
voor de televisie met mijn laptop op schoot, maak analyses van rondetijden en
techniek om vervolgens ‘real time’ verslag te doen van de ijsstrijd op mijn
schaatsblog. Eindeloze voorspellingen, observaties van de mentale staat van de
schaatsers, seizoensontwikkelingen…alles bekijk ik vanuit de behoefte om te
ervaren wat de schaatser op dat moment ervaart. Maar mijn wérkelijke passie
voor het schaatsen vormt…de eigen belevenis. Zelf schaatsen is een proces. Een
gesprek, liefst levenslang, met het ijs. Een onvoorwaardelijk partnerschap met
het bevroren water en met je ijzers.

Allereerst is daar de techniek. Je kunt de techniek theoretiseren, je
kunt er boeken over lezen, je kunt luisteren naar Schaatsers Die Het Weten, je
kunt je richten op rondetijden, uiteindelijk is alles te beredeneren. Schaatsen
is een eindeloos complex puzzelwerk, wat met de jaren met je meegroeit. De
techniek, het ijsgevoel, de juiste spiergroepen gebruiken, het materiaal op
orde hebben, de kwaliteit van het ijs herkennen, de perfecte ronding in je
ijzers voelen. Elementen die grote invloed hebben op de individuele
schaatsbelevenis.

Maar datgene wat het échte schaatsen oplevert is het gevoel dat alles
vanzelf gaat. Het heeft minder met rationaliseren en techniek te maken. Het is het verstand
dat in je lichaam zakt, gevoel wordt en uiteindelijk je prestatie vormt. Het
weten wordt het ervaren. Je kunt het snappen, maar als je het niet voelt, vecht
je tegen het ijs. Maak je er geen deel van uit. Wanneer het gevoel ontstaat dat
alles vanzelf gaat, voelt het alsof de ijzers deel van je lijf zijn, zelfs alsof
de ijsbaan deel van je uitmaakt. En jij bent deel van de ijzers. En je bent
deel van de ijsbaan. Wanneer je de elementen voor je laat werken in plaats van
dat je er tegen strijdt…is er geen limiet aan je kunnen.

Vorig seizoen werd
ik gecoached door een dame die exact de goede dingen zei, waardoor alles wat ik
over techniek moest weten direct in mijn lijf zakte. Het is daardoor vaak
gebeurd dat ik tijdens ijstraining ineens dingen deed die ik tien minuten
daarvóór niet voor mogelijk had gehouden. Ergo: alle grenzen die je vooraf
formuleert, beperken je ervaring – tenzij je de ervaring juist laat leiden en
naderhand kijkt wat er is gebeurd! Sinds ik schaats op gevoel is het ijs mijn
vriend. Zolang ik benen heb, blijf ik schaatsen. Ik schaats mét het ijs, niet óp, of tégen het ijs. Mijn schaatsen - Ard
en Keessie - zijn deel van mij. Noem het religie, The Force, God, magie, whatever. Maar het werkt. Schaatsen
vormt een onvoorwaardelijk element in mijn leven. “This is my church.” Ik verwerk er mijn leed, deel er mijn geluk, verleg
er grenzen, ontdek er meer van mezelf dan ik kende. Ik kan uitrijden na een intensieve werkdag. Kan sprintkanonnen wanneer ik iets kwijt moet. Krijg daardoor nieuwe ideeën, inspiratie. Het is communicatie pur sang. Ik geef en ontvang.

Deze intensieve band met de sport heeft wel iets van een
relatie. Soms vallen zaken tegen, soms voelt het even niet zo goed. Maar soms
kun je je geluk niet op en gaat alles als vanzelf. Je leert jezelf kennen en
begrijpt het proces beter naarmate de tijd vordert. De liefde voor het schaatsen is
ook iets dat rijpt. En oogsten…dat doe ik mijn leven lang.