Afgelopen weekend (9 september 2006) genoot ik van mijn wekelijkse
papieren krantmoment, toen ik in de Economie-katern van NRC Handelsblad de
column van economiegoeroe Adriaan Hiele las. Het was een verfrissend verhaal
over het reserveren van kleine beetjes muntgeld. We houden allemaal wel
kleingeld over na de boodschappen (pinbetalingen daargelaten, uiteraard).

Hiele rekent een  prachtig rendementsplan voor aan de hand van
een kapsalon. Als zeven mannen gekapt worden en zij allen de kapper een fooi
van één euro geven, betekent dit dat de kapper 150 euro per maand zou kunnen
reserveren. Op jaarbasis zou de kapper dan een potje hebben van maar liefst
1.900 euro. Die zou de kleine ondernemer op een spaarrekening kunnen zetten.
Nog slimmer is het om 150 euro maandelijks in een beleggingsfonds onder te
brengen dat wereldwijd belegt in aandelen (dit heet ‘middelen’).

Het verschil met sparen is aanzienlijk. Als het bedrag per
jaar netto 6 procent maakt, dan groeit het fondssaldo in twintig jaar
(vermenigvuldigingsfactor 39) aan tot pakweg 70.000 euro. Als de zes procent
ineens 8 procent is, kan het oplopen tot bijna 90.000 euro. Niet misselijk voor
wat kappersfooi. 

Adriaan Hiele stelt dat iedereen zich op deze wijze een
beetje rijk kan kruimelen, waardoor financieel succes in 2026 ruimschoots is
verzekerd. De vergelijking van Hiele inspireert ook tot het bewuster omgaan met
kleine uitgaven. Veel kleintjes maken immers een grote! Toch jammer dat de kapper
wiens kapitaal Hiele had voorgerekend, iedere maand zijn inkomen schoon
opmaakt…